DE KRUISWEG

Overwegingen:
John Henry Cardinal Newman (1801-1890)


Eerste statie: JEZUS WORDT TER DOOD VEROORDEELD
statie 1
Uit het huis van Caiphas voortgesleept naar Pilatus en Herodes, bespot, geslagen en bespuwd, de rug verscheurd door geselslagen, het hoofd gekroond met doornen, wordt Jezus, die op de laatste dag de wereld zal oordelen, zelf door onrechtvaardige rechters veroordeeld tot een dood van schande en foltering. Tot de dood wordt Jezus veroordeeld. Zijn doodvonnis is getekend, en wie anders heeft dat vonnis getekend dan ik, toen ik mijn eerste doodzonden bedreef? Mijn eerste doodzonden, toen ik de staat van genade verwierp waarin Gij mij geplaatst had door het Doopsel, dat was Uw doodvonnis, o lieve Heer. De onschuldige ging lijden voor de schuldige. Die zonden van mij waren de stemmen die riepen "Kruisig Hem". Die genoeglijke bereidwilligheid waarmee ik ze bedreef was de toestemming die Pilatus gaf aan de roepende menigte. En die verharding van het hart die daarop volgde, mijn afschuw, mijn wanhoop, mijn trotse hooghartigheid, mijn hardnekkig voornemen om nog verder in zonde te leven, die liefde tot de zonde die bezit van mij nam - wat anders waren die eigenzinnige en hartstochtelijke gevoelens dan de slagen en de godslasteringen waarmee de woeste soldaten en het gepeupel U ontving, om het vonnis ten uitvoer te brengen dat Pilatus had uitgesproken.











Tweede statie: JEZUS NEEMT HET KRUIS OP DE SCHOUDERS
statie 2

Een sterk en daarom zwaar kruis, immers sterk genoeg om Hem te dragen als Hij op Calvarië is aangekomen, wordt op zijn verscheurde schouders gelegd. Hij aanvaardt het, zachtmoedig en gedwee, met innige blijdschap zelfs, want door dat kruis moet de mensheid verlost worden. Dat is waar; maar bedenk: de zwaarte van dat kruis is het gewicht van onze zonden. Toen het neerkwam op zijn hals en schouders, gaf het Hem een zenuwschok. Helaas! welk een plotseling zwaar gewicht heb ik op U geladen, o Jezus. In het rustige en heldere vooruitzien van uw geest, waardoor Gij alle dingen ziet, was U er wel ten volle op voorbereid, maar toch wankelde uw zwakke gestel toen het op U viel. Ach, wat is het toch een grote ellende, dat ik mijn hand heb durven verheffen tegen mijn God! Hoe had ik mij ooit kunnen verbeelden dat Hij mij zou vergeven, als Hij zelf ons niet gezegd had, dat Hij zijn bitter lijden onderging om ons te kunnen vergeven? In de smart en het verdriet van mijn ziel erken ik, o Jezus, dat het mijn zonden waren, die U in het gezicht sloegen, die uw heilige armen kneusden, die uw vlees met ijzeren roeden scheurden, die U aan het kruis nagelden, en U daarop een langzame dood lieten sterven.










Derde statie: JEZUS VALT DE EERSTE MAAL ONDER HET KRUIS
statie 3

Voorovergebogen onder de last en de lengte van het logge kruishout dat achter Hem aan sleept e, gaat Jezus langzaam op weg temidden van de spotternijen en beledigingen van de menigte. Zijn doodstrijd in de Hof was alleen reeds voldoende om Hem uit te putt en; maar dat was nog slechts de eerste van een lange rij smarten. Hij gaat op weg van ganser hart e, maar zijn ledemat en begeven het, en Hij valt ter aard e. Ja, het is zoals ik vreesde. Voor Jezus, de sterke en machtige Heer, waren op dat ogenblik  onze zonden st erker dan Hij zelf. Hij  valt -  toch heeft  Hij de last een tijd lang gedragen;      Hij wankelde wel, maar Hij hield zich goed en ging verder. Wat dan doet Hem nu bezw i jken? Ik zeg het  en ik herhaal   het, het is voor u, mijn ziel, een aanduiding en een herinnering aan uw terugvallen  in  de  doodzonde. Ik heb berouw gehad  over  de zonden van mijn jeugd, en  een tijd lang ging het  goed;  maar toen  kwam  een nieuwe bekoring op een  op een  ogenblik  dat  ik niet  op mijn hoede  was,  en toen viel ik  plotseling  weer. Toen  schenen  al mijn goede gewoonten tegelijk te breken; of ze waren als een kleed dat van me werd afgerukt; zo sne l en zo geheel verloor ik de genade. En op dat ogenblik  zag ik  de Heer, en zie, Hij was bezweken  onder het  kruis; en ik bedekte het  gezicht  m et  de hand en,  en voelde mij  in een staat van grote  beschaming.









Vierde statie: JEZUS ONTMOET ZIJN MOEDER
statie 4

Jezus staat weer op; ofschoon door zijn val opnieuw gewond, gaat Hij verder, met het kruis nog steeds op de schouders. Hij loopt voorovergebogen; maar op een gegeven ogenblik kijkt Hij op en ziet zijn Moeder. Een ogenblik slechts zien zij elkander, en Hij gaat weer voort. Maria zou liever al zijn pijnen zelf hebben gedragen, ware dit mogelijk geweest, dan ze niet te hebben gezien door in zijn nabijheid te komen. Voor Hem zelf ook was het een verfrissing, als een zuchtje van kalmerende en verfrissende lucht, haar te zien met haar droeve glimlach te midden van de tonelen en het geroep rondom Hem. Zij had Hem gekend toen Hij schoon en heerlijk was met de frisheid van goddelijke onschuld en vrede op zijn gelaat: nuzag zij Hem zó veranderd en misvormd dat ze Hem nauwelijks zou herkend hebben, had Hij haar niet die doordringende, ontroerende, vredebrengende blik toegeworpen. Maar Hij droeg nu de last van alle zonden der wereld, en hoogheilig als Hij was, kon men de afspiegeling van die zonden zien op zijn gezicht. Hij zag er uit als een uitgeworpene of verstotene, die een vreselijke schuld had te dragen. Hij die geen zonde kende was voor ons zonde geworden; geen trek van zijn gelaat, geen lidmaat van zijn lichaam, of het sprak van schuld, van een vloek, van straf, van doodsangst. Welk een ontmoeting van Zoon en Moeder! Maar van weerszijde was er troost, want van weerszijde was er liefde.· Jezus en Maria - zouden zij in alle eeuwigheid die Passietijd vergeten?








Vijfde statie: SIMON VAN CYRENE HELPT JEZUS HET KRUIS DRAGEN
statie 5

Eindelijk zijn al zijn kracht uitgeput, en Hij kan niet verder meer. De beulen zijn ontsteld. Wat moeten ze doen? Hoe krijgen ze Hem naar Calvarië? Daar zien ze een vreemdeling die sterk schijnt en handig - Simon van Cyrene. Ze grijpen hem aan en dwingen hem het kruis met Jezus te dragen. Het zien van de grote Lijder dringt door het hart van de man heen. Welk een voorrecht! 0 gelukkige ziel, uitverkorene van God! Hij aanvaardt de hem aangewezen taak met vreugde. Dat geschiedde door de bemiddeling van Maria. Hij zelf, bad wel, maar niet voor zichzelf; Hij bad slechts dat Hij de volle kelk van het lijden zou mogen drinken, en de wil van zijn Vader volbrengen; maar zij toonde zich een moeder door Hem te volgen met haar gebeden, daar zij Hem op geen enkele andere wijze kon helpen. En toen stuurde zij die vreemdeling om Hem te helpen. Zij was het die de soldaten er toe bracht in te zien dat ze al te ruw met Hem konden zijn. - Lieve Moeder, doe hetzelfde voor ons. Bid steeds voor ons, heilige Moeder van God, bid voor ons, terwijl we voortgaan in ons leven, welk ook ons kruis moge zijn. Bid voor ons, en als we dan gevallen zijn zullen wij weer opstaan. Bid voor ons als smart of angst of ziekte ons overvallen. Bid voor ons als we bezweken zijn onder de macht van de bekoring, en zend ons dan een trouw dienaar van u om ons bij te staan. En als wij in het Hiernamaals waardig bevonden worden onze zonden uit te boeten in het vagevuur, zend dan een goede engel om ons een ogenblik van verfrissing te geven. Bid voor ons, heilige Moeder van God.






Zesde statie: JEZUS EN VERONICA
statie 6
Terwijl Jezus moeizaam de heuvel opgaat, bedekt met het doodszweet, dringt een vrouw door de menigte heen, en zij droogt zijn aangezicht met een doek. Tot beloning van deze liefdedaad behoudt de doek de indruk van het heilig Aanschijn. De hulp waarmee moederlijke tederheid Hem had voorzie.n is nog niet ten einde. Haar gebed heeft niet alleen Simon gezonden maar ook Veronica - Simon om mannenwerk te doen, Veronica om een vrouwentaak te vervullen. De vrome dienares deed wat zij kon. Zoals Magdalena haar balsem had uitgestort tijdens het feestmaal, zo bood Veronica Hem nu haar doek aan tijdens zijn Passie. ,,Ach", zei ze, ,,kon ik maar meer doen! Waarom ben ik niet zo sterk als Simon om de last van het kruis mee te dragen? Maar nu de grote Hogepriester de plechtige offerande viert, nu kunnen alleen mannen Hem dienen". - 0 Jezus, laat ieder van ons U dienen overeenkomstig onze plaats en onze krachten. En zoals Gij van Uw dienaren bijstand aannam in Uw uur van beproeving, geef zo aan ons de bijstand van Uw genade als wij in het nauw gebracht worden door de vijand. Ik voel dat ik niet opgewassen ben tegen bekoring, moeheid, moedeloosheid en zonde. Ik zeg dan tot mezelf, waartoe dient het godsdienstig te zijn? Ik kom ten val, o mijn dierbare Verlosser, ik zal zeker vallen, indien Gij mijn levenskracht niet verjongt als die van een adelaar, indien Gij geen leven in mij ademt door de verfrissende aanwending en aanraking van de heilige Sacramenten die Gij hebt ingesteld.









Zevende statie: JEZUS VALT VOOR DE TWEEDE MAAL
statie 7

Daar de pijn van Zijn wonden en het bloedverlies toeneemt bij iedere stap die Hij doet, bezwijken opnieuw zijn krachten, en valt Hij weer ter aarde. Wat heeft Hij gedaan om zo iets te verdienen? Het is de beloning die de lang verwachte Messias ontvangt van het uitverkoren volk, van de kinderen van Israël. Ik weet wat ik antwoorden moet. Hij valt omdat ik gevallen ben. Ik ben opnieuw gevallen. Ik weet zeer goed, o Heer, dat ik zonder Uw genade niet kon staan blijven; en ik verbeeldde me dat ik in aanraking was gebleven met Uw Sacramenten; maar niettegenstaande mijn H. Mis horen en het volbrengen van mijn plichten, heb ik de genade weer verloren. Waardoor anders dan doordat ik de geest van godsvrucht heb verloren, en Uw heilige bevelen heb opgevolgd, koud, formeel, zonder innerlijke liefde. Ik ben lauw en gevoelloos geworden. Ik dacht dat de strijd van het leven voorbij was, en voelde me veilig. Ik had geen levendig geloof, geen oog voor geestelijke dingen. Ik ging naar de kerk uit gewoonte, en omdat ik meende dat anderen het zouden zien. Ik moet een nieuw schepsel worden; ik moet gaan leven uit geloof, hoop en liefde; maar. ik heb meer gedacht aan deze wereld dan aan de toekomstige wereld; en zo ben ik eindelijk vergeten dat ik een dienaar van God was, en ben ik de brede weg ingeslagen die ten verderve voert en niet het smalle pad dat ten leven leidt. En aldus ben ik weer van U afgevallen.








Achtste statie: JEZUS TROOST DE WENENDE VROUWEN
statie 8

Bij het zien van Jezus' pijnen worden de heilige Vrouwen zó zeer van smart getroffen dat ze luidop beginnen te schreien en Hem te beklagen, onbekommerd over wat haar zelf wegens zulk een handelwijze zou kunnen overkomen. Jezus richtte zich tot hen en zei: ,,Dochters van Jeruzalem, weent niet over Mij, maar weent over u zelf en over uw kinderen". Ach, is het mogelijk, lieve Heer, dat ik een van die zondige kinderen zal blijken te zijn, waarover Gij zegt dat hun moeders moeten wenen? ,,Weent niet om Mij", zei Hij, "want Ik ben het Lam Gods, en Ik heb Mij zelf aangeboden om genoegdoening te geven voor de zonden der wereld. Op het ogenblik lijd Ik, maar Ik zal zegepralen, en wanneer Ik zegepraal, zullen de zielen waarvoor Ik ga sterven ofwel Mijn dierbaarste vrienden ofwel Mijn dodelijkste vijanden zijn". - Heer, is het mogelijk? Kan ik, o mijn lieve Heer, de verschrikkelijke gedachte verwerken, dat Gij inderdaad om mij hebt geweend - geweend om mij, zoals Gij moest wenen over Jeruzalem? Zou het mogelijk zijn dat ik tot de verworpenen behoor? mogelijk dat ik door Uw lijden en dood er op zal achteruitgaan en niet vooruit? dat ik er mijn voordeel niet mee zal doen? 0, trek U niet van mij terug. Het is zeer slecht met mij gesteld. Ik heb zoveel kwaads in mij. Ik heb tegenover dat kwaad zo weinig geesteskracht en ernst te stellen. 0 Heer, wat zal er van mij geworden? Het valt me zo moeilijk de boze geest uit mijn hart te verdrijven. Gij alleen kunt hem afdoende van mij uitwerpen.







Negende statie: JEZUS VALT VOOR DE DERDE MAAL
statie 9
Jezus had nu bijna de top van Calvarië bereikt; maar voordat Hij op de plek waar Hij zou gekruisigd worden, was aangekomen, viel Hij opnieuw, en wordt Hij opnieuw voortgesleept en voortgedreven door het onmenselijke soldatenvolk. In de heilige Schrift lezen wij van een drievoudige val van Satan, de boze geest. De eerste had plaats in het begin; de tweede toen het Evangelie en het koninkrijk des Hemels aan de wereld werd verkondigd; de derde zal geschieden bij het einde van de wereld. De eerste wordt ons verhaald door Sint Jan de Evangelist.  ,,Er barstte  een strijd los in de hemel" zegt hij (Openb  12,  7).  Michaël met zijn engelen streed   tegen de draak;  ook vochten de draak en zijn engelen.  Maar zij legden het af,  en er was geen plaats meer voor hem    in de hemel. De grote draak werd neergesmakt, de oude slang, die Duivel en Satan heet. De tweede val, ten tijde van het Evangelie,  wordt vermeld door de  Heer zelf als  Hij zegt "Ik zag Satan als een bliksemstraal uit de  hemel vallen"   (Le 10,  18) En de derde weer door Sint Jan: ,,Vuur viel neer uit de hemel... en de duivel... werd neergeworpen in de   poel van vuur en zwavel"  (Openb 20, 9,  10).












Tiende statie: JEZUS WORDT ONTKLEED EN MET GAL GELAAFD
statie 10
Eindelijk is Hij aangekomen op de plaats van het offer, en men begint Hem gereed te maken voor het kruis. De klederen worden Hem van het bloedende lichaam gescheurd, de Heilige der Heiligen staat daar blootgesteld aan de blikken van de ruwe en spottende menigte. 0, Gij, die in Uw Passie van al Uw klederen werd beroofd en prijsgegeven werd aan de nieuwsgierigheid en de spotlust van het gepeupel, ontkleed mij hier en nu van mijzelf, opdat ik op de Laatste Dag niet te schande kom te staan voor mensen en engelen. Gij hebt de beschaming op Calvarië ondergaan, om mij de beschaming op de oordeelsdag te besparen. Gij had niets om U persoonlijk te beschamen, en de beschaming die Gij toch onderging was alleen omdat Gij de menselijke natuur had aangenomen. Toen men de kleding van U afnam, waren die onschuldige ledematen van U slechts voorwerpen van nederige en liefdevolle aanbidding voor de hoogste serafijnen. Zij stonden om U heen in sprakeloos ontzag, verbaasd over Uw schoonheid, en zij sidderden over Uw oneindige zelfvernedering. Maar ik, o Heer, hoe zal ik er uitzien, als Gij mij eenmaal aan aller blikken prijsgeeft, ontdaan van dat kleed van genade dat van U komt, en te zien in mijn eigen persoonlijk leven en mijn eigen natuur? Ach, hoe afzichtelijk ben ik van mezelf, zelfs in mijn beste ogenblikken. Ook wanneer ik gereinigd ben van mijn doodzonden, welk een ziekte en welk bederf is dan nog te zien in mijn dagelijkse zonden. Hoe zal ik ooit geschikt kunnen zijn voor het gezelschap van engelen, hoe voor Uw tegenwoordigheid, als Gij niet die vuile melaatsheid wegbrandt in de vlammen van het Vagevuur?






Elfde statie: JEZUS WORDT AAN HET KRUIS GENAGELD
statie 11

Het kruis wordt op de grond gelegd, en Jezus wordt er op uitgestrekt, en dan zwaar heen en weer schokkend wordt het met veel moeite neergeploft in de kuil die er voor gemaakt is. Of, zoals anderen menen, het wordt opgericht en Jezus wordt er tegen opgehesen en er aan vastgemaakt. Terwijl de woeste beulen er de grote nagelen inhameren, biedt Hij zich aan de eeuwige Vader aan als losprijs voor de wereld. Ja, men richtte het Kruis op, en men plaatste een ladder er tegen, en na Hem van zijn klederen te hebben beroofd, deed men Hem er tegenopklimmen. Terwijl Hij met zijn handen zwak de zijden greep en de treden, en met zijn voeten langzaam, onzeker, met veel inspanning, en vele misstappen, naar boven klom, steunden de soldaten Hem van weerszijden, anders zou Hij gevallen zijn. Toen Hij dan het uitsteeksel waarop zijn heilige voeten zouden staan bereikt had, draaide Hij zich met tere bescheidenheid en zachtheid om naar het woeste gepeupel, en Hij strekte de armen uit alsof Hij ze wilde omhelzen. Dan plaatste Hij vol liefde de bovenkant van zijn handen tegen de dwarsbalk, wachtend op de beulen met hun scherpe nagels en zware hamers om ze door de palm van zijn handen heen te drijven en aldus stevig vast te maken aan het hout. Daar hing Hij, een onbegrijpelijkheid voor de menigte, een schrik voor de boze geesten, de verbazing, het ontzag, maar tevens de vreugde en de aanbidding van de heilige engelen.








Twaalfde statie: JEZUS STERFT OP HET KRUIS
statie 12

Drie uur lang bleef Jezus hangen. Gedurende die tijd bad Hij voor zijn moordenaars, beloofde Hij het Paradijs aan de goede moordenaar, en vertrouwde Hij zijn gezegende Moeder toe aan de hoede van Sint Jan. Toen was alles geschied; Hij boog het hoofd en gaf de geest. Het ergste is voorbij. De Allerheiligste is gestorven. De tederste, de meest liefhebbende, de heiligste van de kinderen der mensen is niet meer. Jezus is dood, en met zijn dood zal ook mijn zonde sterven. Eens vooral verklaar ik voor mensen en engelen, dat de zonde geen macht meer over mij zal krijgen. In deze boetetijd maak ik mij tot Gods eigendom voor immer. De redding van mijn ziel zal voortaan mijn eerste zorg zijn. Met de hulp van zijn genade wil ik een diepe haat en spijt over mijn vroegere zonden in mij opwekken. Ik zal mijn best doen om de zonde even zeer te verfoeien als ik ook bemind heb. Ik stel mijzelf in Gods handen, niet ten halve maar zonder voorbehoud. Ik beloof U, Heer, met de hulp van Uw genade de bekoringen te ontvluchten, de gelegenheden tot zonde te mijden, mij terstond af te wenden van de stem van de Boze, regelmatig mijn gebeden te verrichten, en aan de zonde zó af te sterven dat Gij voor mij niet tevergeefs aan het Kruis gestorven zijt.











Dertiende statie: JEZUS WORDT VAN HET KRUIS GENOMEN EN OP MARIA'S SCHOOT GELEGD
statie 13
De menigte is naar huis gegeen; op Calvarië is het stil en eenzaam; alleen Sint Jan en de heilige vrouwen zijn achtergebleven. Dan komen Jozef van Arimathea en Nicodemus, nemen het lichaam van Jezus van het kruis af, en plaatsen het in de armen van Maria. 0 Maria, eindelijk bezit ge weer uw Zoon. Nu zijn vijanden hebben gedaan wat ze konden, laten ze Hem verachtelijk aan u over. Terwijl zijn onverwachte vrienden hun moeilijk werk volbrengen, ziet gij toe met onbeschrijfelijke gedachten. Uw hart wordt doorboord met het zwaard waarvan Simeon sprak. 0 allerbedroefdste Moeder; maar met een nog groter vreugde in uw droefheid. Het vooruitzien van die vreugde gaf u de kracht om bij Hem te blijven staan terwijl Hij aan het kruis hing; en nu nog veel meer, nu gij Hem, zonder te bezwijmen, zonder te beven, in uw armen en op uw schoot ontvangt. Nu zijt gij in de hoogste mate gelukkig met Hem te bezitten, ofschoon Hij niet tot u komt zoals Hij van u heenging. Hij ging van u weg, o Moeder van God, in de kracht en de schoonheid van zijn mannelijkheid, en Hij komt bij u terug ontwricht, verscheurd, verminkt, dood. 0 heilige Maria, in dit uur van smart zijt gij gelukkiger dan op de dag van het bruiloftsfeest, want toen verliet Hij u, en nu zal Hij in de toekomst als Verrezen Verlosser nooit meer van u gescheiden worden.










Veertiende statie: JEZUS WORDT IN HET GRAF GELEGD
statie 14
Maar drie korte dagen, anderhalve dag, moet Maria Hem nog afstaan. Hij is nog niet verrezen. Zijn vrienden en dienaren nemen Hem van u over en plaatsen Hem in een eervolle grafstede. Ze sluiten die veilig af. totdat het uur van zijn verrijzenis komt. Leg U rustig neder en slaap in vrede in de kalme grafstede voor een korte tijd, mijn lieve Heer, en ontwaak dan voor een altijddurend Koningschap. Wij zullen als de getrouwe vrouwen rondom U waken, want heel onze schat,  geheel ons leven, berust op U. En als ons uur om te sterven komt, geef dan,  lieve Heer,  dat wij eveneens kalm  mogen  slapen de slaap der rechtvaardigen. Laat ons in vrede rusten in die korte tussenpoos tussen de dood en de algemene verrijzenis. Bewaar ons voor de vijand; red ons van de afgrond. Laat onze vrienden aan ons denken en voor ons bidden, o lieve Heer. Laat heilige Missen voor ons opgedragen worden, zodat de pijnen van het Vagevuur, zo ruimschoots verdiend en daarom door ons zo dankbaar aanvaard, met weinig vertraging voorbij mogen gaan. Geef ons ook daar ogenblikken van verfrissing; omhul ons met heilige droombeelden en geruststellende overdenkingen, terwijl we bezig zijn kracht te vergaderen om ten hemel te stijgen. En laat dan onze trouwe Engelbewaarders ons de heerlijke ladder ophelpen van de aarde naar de hemel, die Jacob zag in zijn visioen. En als we dan de eeuwige poorten bereiken, laat ze dan voor ons opengaan onder de muziek der engelen; en laat dan de H. Petrus ons ontvangen, en Onze Lieve Vrouw, de glorievolle Koningin der Heiligen, ons omhelzen en ons voeren naar U, en naar Uw eeuwige Vader en naar Uw eeuwige Heilige Geest, Drie Personen, Eén God, om met Hem te heersen van eeuwigheid tot eeuwigheid.





Redactie en Vertaling :
Kanunnikessen van het Heilig Graf, Priorij Thabor, Sint Odiliënberg