In april hebben onder leiding van Pastor Ben Engelbertink onder parochianen rond de Verrijzenis en de Roef en onder leiding van Henk Thüs onder parochianen rond de Sint Jan drie evaluatie-bijeenkomsten plaatsgevonden. Overigens een typisch Nederlands gebruik volgens pastor Engelbertink! Maar wel goed dat ze hebben plaatsgevonden. De belangrijke vragen waren, hoe we de afgelopen twee jaar gevaren zijn na de sluiting van twee kerken en in hoeverre het ons lukt om samen één nieuwe geloofsgemeenschap te vormen. Het volgende is mij in de gesprekken opgevallen.

  1. De vieringen in de wijk met koffie drinken vervullen een belangrijke functie voor het gemeenschapsgevoel in de wijk. Voor sommigen is het de mogelijkheid bij uitstek om hun geloof samen met anderen te beleven, daar de Sint Jan op zondag voor hen (met openbaar vervoer) niet te bereiken is. In de kleine kring vier je daarbij anders dan op zondag in de grote kring in de kerk. Het één vult het ander aan. Een enkeling plaatst hier kritische kanttekeningen bij: ‘Houden deze bijeenkomsten en vieringen in de wijk ons juist niet van het toegroeien naar eenwording af?’ Anderen redeneren andersom: ‘Het vieren in de wijk hoeft niets af te doen aan het deel uitmaken van een grotere gemeenschap die op zondag bijeenkomt en kan die zelfs versterken.’
  2. Eigenlijk hebben we trouwens te maken met vier gemeenschappen. De Maronitische gemeenschap speelt ook een rol in het geheel. Geconstateerd wordt, dat deze groter wordt en meer haar eigen weg zoekt. De vraag vanuit de Maronitische gemeenschap zelf is om meer samen te doen. Op de bijeenkomsten proef ik ook enige reserve van katholieke kant. Cultuurverschillen spelen daarbij een rol. De vraag wordt gesteld, hoe we het fijn kunnen houden voor beide gemeenschappen.
  3. Wat in positieve zin opvalt is dat parochianen de verantwoordelijkheid voor het toegroeien naar één gemeenschap vaker nadrukkelijk bij zichzelf neerleggen. ‘Zelf initiatieven nemen’, ‘Zelf bij de koffie tussen onbekenden gaan zitten’, ‘Zelf je plek opeisen’… helpt om contact te maken en samen een nieuwe gemeenschap te vormen. De onbekende ander blijkt vaker een heel leuk mens te zijn!
  4. Op liturgisch gebied zijn er verschillende wensen: meer inhoudelijke diepgang in de voorbereiding van vieringen, meer betrokkenheid van parochianen bij de voorbereiding van vieringen, nog meer het leven van de gemeenschap inbrengen in de vieringen, versterking van de liturgische kennis van vrijwilligers, soepele samenwerking als vrijwilligers met elkaar. Hier zouden we bewust aan kunnen werken. Overigens wordt door meerderen gezegd, dat er met regelmaat zeer inspirerende vieringen plaatsvinden.
  5. Het is niet altijd eenvoudig om als parochiaan je weg in de organisatie te vinden. Bij wie moet je voor wat wezen? Die behoefte aan betere communicatie is er ook t.a.v. wat er in de parochie gebeurt.

Hoe nu verder? Daar buigen de pastoraatsgroep en beheergroep Zuid zich over. We zullen u daar een volgende keer over berichten.

Pastoraal werker Frank de Heus