10_kerken_banner

Beste Mensen,pdf1

Als God iets nieuws begint, zoals bij de geboorte van Johannes de Doper, dan gebeuren er soms de wonderlijkste dingen.
Mensen die geen kinderen meer kunnen krijgen, zoals Elisabeth en Zacharias, worden op hun oude dag nog verblijd met een zoon.
De familie en de hele buurt is er blij mee en deelt in hun geluk. Moet je toch eens zien, zeggen ze, hoe goed en barmhartig de Heer is.

In bijbelse verhalen zoals deze gaat het niet om biologische wonderen die Godsonmogelijk zijn, maar om de gelovige boodschap dat in dit geval Elisabeth het leven heeft geschonken aan een bijzonder kind, aan wie God zelf zijn naam geeft.
Dit kind is een toegift van God die iets nieuws wil beginnen en een draai zal geven aan de geschiedenis van God met de mensen. God zelf heeft beslag gelegd op dit kind.
Vader Zacharias, de priester, is stomverbaasd als hij van een engel hoort dat hij nog vader zal worden. Totdat zijn zoon geboren wordt, zal hij van schrik niet meer kunnen spreken.

Als God iets nieuws wil beginnen, moet de priester misschien wel zijn mond houden, dacht ik zo bij mezelf, maar misschien is dit wel een beetje te veel mijn persoonlijke exegese van de koude grond. Je moet ook als priester met je eigenwijzigheid God niet voor de voeten lopen. Zelfs Petrus kreeg dat al te horen.
Bij de besnijdenis en de naamgeving van de kleine komt het allemaal weer goed.
De traditie wordt doorbroken. Het wordt geen Zacharias, maar Johannes zal hij heten, zoals de engel gezegd had.
Johannes betekent: God is genadig. Hij mag als laatste profeet van het Oude Testament een nieuw tijdperk van genade en barmhartigheid aankondigen. Deze Johannes zal als voorloper en wegbereider van Jezus een bijzonder kind blijven.
De hand van de Heer was met hem. Hij groeide op en de Geest beheerste hem meer en meer.

Voordat hij in de openbaarheid trad, verbleef hij in de woestijn, waar hij zich in leven hield met sprinkhanen en wilde honing. Zo staat hij ook op de voorkant van het boekje, dat we voor deze viering gebruiken. Het is van een schilderij van Jheronimus Bosch. Het heet: Johannes in de wildernis.
Hij ligt daar een beetje lui en half ingedut achter een bizarre plant. Het lijkt wel een opiumplant uit een laat-middeleeuwse weedplantage. Wie weet, waar hij van gesnoept heeft?
Als je altijd van sprinkhanen moet leven, kan de verleiding wel eens groot worden.

Waar het op dit schilderij om draait is net weggevallen.
Over de rand van de rotsrichel heen verwijst hij met zijn vinger naar een lam. Hij wijst dus niet naar Jan Kortstee, maar naar een lam, ook al wil ik niet ontkennen dat een pastor, een herder, soms ook niet meer is dan een groot schaap, dat ook wel eens verloren rondloopt als een lam, verlegen, machteloos.
Johannes de Doper zal Jezus aanwijzen als het Lam van God, dat aan het kruis geofferd wordt en dat alle zonde van de wereld zal wegnemen. Zie het Lam Gods, zegt hij tegen zijn leerlingen, als ook Jezus zich door hem laat dopen in de Jordaan om solidair te zijn met alle mensen die in de modder van het leven staan. Dit was tussen het riet meteen zijn visitekaartje.
Jezus voelde zich nergens te groot voor. Hij ging er nog liever aan onderdoor dan dat Hij mensen zou laten vallen. Hij had er zelfs zijn leven voor over.

Op de dag van de wijding in Raalte kregen we Johannes de Doper mee als voorbeeld. Je bent geen priester voor jezelf.
Je mag verwijzen naar Jezus Christus. "Hij moet groter en ik moet kleiner worden", zei Johannes. En kardinaal Alfrink zei: "Je wordt geen priester voor je plezier, maar, ik hoop, met plezier."

Hoewel je nooit kunt beantwoorden aan je roeping, ben ik er toch heel gelukkig mee. Meestal heb ik mijn werk met plezier gedaan, ook al was het best wel eens spannend. Ik ben God dankbaar, dat Hij mij 50 jaar lang als priester door de tijd gedragen heeft.  Je staat er trouwens ook nooit helemaal alleen voor. Alleen ben je nergens. Ik ben er ontzettend blij mee dat ik vandaag mag vieren dat ik al 50 jaar lang mijn priesterschap met heel veel mensen heb mogen delen. In al die mensen heb ik de hand van God mogen ervaren. "Soms krijg je de wind van voren, dan weer in de rug, maar er is nooit een weg terug. Uiteindelijk zal het je  gaan dagen dat je door de tijd wordt gedragen". Dat is het enige gedicht dat ik ooit heb gemaakt!

Toen ik op 24 juni 1967 met zes andere jaargenoten gewijd ben, hield kardinaal Alfrink een preek en de eerste zin luidde:
"Het tweede Vaticaanse Concilie heeft uitgesproken, dat iedere gedoopte deel heeft aan het priesterschap van Christus, de Heer van de Kerk." Ook dat heb ik 50 jaar lang in alle plaatsen waar ik geweest ben, van Bornerbroek tot in Enschede, volop mogen ervaren. Als ik het niet had kunnen delen, was het een grote puinhoop geworden. Net zo goed als de samenwerking met en de collegialiteit van collega-pastores was dat algemene priesterschap van alle gedoopten een groot geluk, een geschenk van God, waarvoor ik heel dankbaar ben.
We zijn allemaal geroepen. Een priester is geen eenzame uitzondering.

Dankbaar ben ik ook voor mijn geloof zoals ik dat van huis uit heb meegekregen vanuit mijn moederkerk in Luttenberg.
Wat je hebt en wat je bent heb je niet van een vreemde. Wat dat betreft denk ik vaak met heel veel liefde aan mijn ouders, mijn vader Willem en mijn moeder Bouwien, een mooie Groningse naam, (geboren in Klossterburen) allebei op hun eigen manier heel gelovige goeje mensen.
Ik denk dat ze op veel gebieden beter doorhadden waar het in het leven om draait dan geleerde theologen. "Je moet wat voor elkaar overhebben", was misschien wel het belangrijkste dat zij ons als kinderen meegaven en ook zelf lieten zien.
Gelovig, maar ook heel nuchter. Met beide benen op de grond. Een praktisch ingesteld geloof. Het mysterie, van waaruit je mag leven, moet je niet kapot praten. Wij zijn in Gods hand.

Dankbaar ben ik alle mensen die ik in 50 jaar heb mogen meemaken en die me hebben laten delen in hun geloof en in hun leven. Gezonden, zieken, mensen die niet meer zo lang te leven hadden, kinderen, jongeren, mensen in de bloei van hun leven, ouderen, collega's, vrienden, vrijwilligers, bestuursleden, die soms ontzettend veel voor me opvingen en zeiden: zorg jij maar voor de mensen, die dat nodig hebben, want daar gaat het    toch om. Wat ben ik ontzettend veel mensen tegengekomen die het evangelie misschien beter waarmaakten dan een gewijd iemand ooit kan doen, heel vaak ook in stilte en vooral uit liefde. Ook mensen die niet met een geloof of kerk zijn opgegroeid of niets meer met het instituut kerk hebben om welke reden dan ook zijn vaak ook of nog beter een voorbeeld van hoe je iets voor elkaar moet overhebben en moet opkomen voor gediscrimineerde groepen. De kerk zou eigenlijk voorop moeten lopen, als het om deze mensen gaat, maar ze komt vaak achteraan. Dat loopt overal dwars doorheen.
De wereld is groter dan de kerk. Dat is een groot geluk en volgens mij heeft dat alles met het Koninkrijk van God te maken dat altijd als een veenbrand onder ons aanwezig zal blijven. Maar je moet het wel blijven zien. Het is allemaal geen heidendom      en negatieve secularisatie. De kerk wordt kleiner, maar de oogst is groot. Ook dat staat in het evangelie.
Daarom ga ik ook met vertrouwen verder, ook al zie je veel angst en wantrouwen, als het om de kerk gaat. Is dat de kerk die we na het concilie voor ogen hadden? Gaat het harde snoeiproces niet ten koste van veel welwillende mensen? Bidt tot   de Heer van de oogst dat hij arbeiders zendt die verder kijken dan lege kerken en secularisatie.

Johannes de Doper zat een keer in een dip. Hij zat in de gevangenis en zag het niet meer zitten. Had hij daarom zijn leven gegeven voor Jezus? Was die Jezus wel degene die hen zou komen bevrijden? Hij stuurde een paar leerlingen naar Jezus met de vragen waar hij mee zat.
En Jezus gaf hem als antwoord mee: Kijk toch eens wat er allemaal gebeurt. Het is allemaal geen narigheid en ellende. Zeg maar aan Johannes: Blinden krijgen weer zicht over hun leven, lammen kunnen weer vooruit, melaatsen horen er weer bij, doven hebben er weer oren naar. Dat was de droom van Jesaja over de komende Verlosser en Messias.

Die droom kwam nu uit. En dat gebeurt ook nu nog. We hebben soms veel te veel heimwee naar macht. Het moet om het welzijn van mensen gaan, zoals paus Franciscus zo vaak zegt met een beroep op barmhartigheid.
God zelf is nog steeds aan het werk, niet vanaf een hoge toren, niet met donderpreken en geweld, maar met alle goede menselijke dingen die ook nu nog volop gebeuren. Hij werkt niet met macht, maar in stilte. Het lijkt soms maar een klein mosterdzaadje, maar laten we het niet onderschatten. Ook nu nog zijn er duizenden en duizenden mensen die met het algemeen priesterschap van doop en vormsel doorgeven waar het Jezus om begonnen is. Wie met harde hand regeert, komt vroeg of laat ten val. Wie zich dienstbaar opstelt, heeft het bij het rechte eind, ook al kost dat je hoofd of je leven zoals de Doper en vele anderen ondervonden hebben in navolging van Jezus.

Als je wat ouder wordt, word je misschien wat naïef of te goedgelovig, maar ik blijf erin geloven dat God ons niet in de steek laat en dat we met vertrouwen verder kunnen gaan.
Alleen: Hij moet groter en ik moet kleiner worden. God is ons aller oorsprong en wij zijn allemaal net als Johannes geroepen om genade voor elkaar te zijn.

Is dat niet de kern van de blijde boodschap? Wie geeft, zal ontvangen, wie uit is op het geluk van de ander, mag zelf geluk proeven, wie weet te troosten, zal zelf getroost worden, wie vredelievend, zachtmoedig en barmhartig is, mag zelf Gods Koninkrijk ervaren. Van Godswege zijn wij allemaal gezonden om Gods genade aan elkaar door te geven en om met God iets nieuws te beginnen. Als we mekaar helpen, dan geven we de ander en onszelf weer moed en dan krijgt ons leven weer inhoud. Dan zijn we geen lege dozen, maar kinderen van God, die leven van de liefde. Heel mooi wordt dat samengevat in het laatste vers van het Lied van de Doper, dat we zo dadelijk nog zullen zingen. "Doper, wat moeten wij doen totdat Hij komt?" Zo luidt de vraag van de mensen aan Johannes.

En zijn antwoord is helder en kernachtig, en een mooie samenvatting van heel onze roeping tot christen, in kerk en    samenleving: "Deelt met elkander het brood van alledag, opdat in u de ander Gods heil aanschouwen mag."

Amen.

Volgens mij heb ik in 50 jaar nog nooit zo lang gepreekt...
schelprkleur3

Ga naar boven