10_kerken_banner

‘Wie is Jezus?’, dit is een serieuze vraag van een puber, die laatst op een middelbare school in Hengelo aan de leraar levensbeschouwing werd gesteld. De vraag is illustratief voor onze tijd. Jezus is voor velen een onbekende geworden.
Op veel scholen, ook op katholieke scholen, komt hij niet of nauwelijks meer ter sprake. Waar katholieke met openbare scholen samen gaan – in Haaksbergen gebeurt dat – wordt Kerstmis gevierd als lichtjesfeest en verdwijnt de Kerststal uit school. In de parochie merken we dat jongere parochianen belangstellend zijn, maar van thuis of van school uit steeds minder geloofskennis hebben meegekregen. Onze oud-deken Zegveld uit Twente zei daarvan: ‘Het geloof verdampt. Er is sprake van religieus analfabetisme’.

Het is om deze reden, dat we in onze parochies van Zuidoost Twente proberen om de voorbereiding op het ontvangen van sacramenten intensiever te maken en steeds meer de diepte te zoeken. Dat levert mooie gesprekken op. Het is de kunst om daarbij de tweede taal te leren kennen en spreken, die de taal van de kerk is. Die taal is niet plat, maar vaak symbolisch geladen. Achter verhalen en rituelen van de kerk gaan diepe lagen, betekenissen schuil, die uiteindelijk allemaal verwijzen naar het geheim, dat God in ons leven is.
Wie het Scheppingsverhaal uit Genesis 1 leest als een wetenschappelijk artikel zal het snel aan de kant gooien. We weten tegenwoordig wel beter. De oerknal of de evolutieleer is dan een beter alternatief. Maar wie leert om zo’n verhaal als geloofsverhaal te lezen, zal ontdekken, dat al die verhalen uit de bijbel veel over ons eigen leven te vertellen hebben; over de plaats die God daarin inneemt. In het scheppingsverhaal over hoe God aan het begin van alles staat, en dus misschien ook wel aan het begin van die oerknal. Je wordt er, als je de verhalen serieus neemt, een ander mens van. Eigenlijk zou je de bijbel als de moderne google-machine kunnen zien, waarmee je God op het spoor komt. Want mensen zijn natuurlijk niet zo heel erg veranderd door alle eeuwen heen. We zijn nog steeds lief, jaloers, vrijgevig, argwanend, zorgeloos of juist vol zorgen, of hoe dan ook. Godservaringen van toen, kunnen ook onze ervaringen van nu zijn. Het is maar, hoe je naar het leven kijkt.

Laatst bij de voorbereiding op de Eerste heilige Communie hebben we kinderen gevraagd onder een poort door te lopen en zo over de drempel te stappen, het land van God binnen. Omdat het Advent was, hebben we de kinderen gevraagd daarbij te zeggen, waar zij naar uitzagen. Één jongetje kwam naar mij toe. Die vond dat veel te spannend en vroeg mij of hij om de poort heen naar zijn plek mocht lopen. Natuurlijk mocht hij dat. Maar zo spannend is het ook om dat land van God echt binnen te gaan. Dat een dergelijke verandering van aanpak niet vanzelf gaat, moge duidelijk zijn. We moeten wennen aan een nieuwe manier van werken. De kinderziekten moeten eruit. We vragen nadrukkelijk meer van volwassenen, van ouders en kinderen. In deze tijd, waarin iedereen veel te doen en veel te kiezen heeft, is dat een lastige.  Maar kies er maar voor, redeneren we dan. Of niet. Geloven vraagt net als werk, sport, het opvoeden van kinderen, inzet, omgaan met teleurstellingen, focus, tijd en ruimte. Misschien komt het vanzelf, maar het gaat niet vanzelf. Ook geloof moet onderhouden worden en daar willen we als kerk graag bij helpen. En het is een genot voor pastores en parochianen om dat samen te doen.

Pastoraal werker Frank de Heus

Geheimachterdeur

Op zoek naar het geheim achter de deur…

Ga naar boven