Ik loop graag. Dagelijks minstens tienduizend stappen.
Mijn smartwatch houdt dat bij. In de loop van een dag moedigt het horloge verschillende keren aan om in beweging te komen of te
blijven. Dat motiveert. Het heeft me de afgelopen drie jaar geholpen af te vallen en conditie op te bouwen.
Tijdens de vakantie onlangs in de Franse Alpen kon ik zowaar een berg beklimmen. Een pittige inspanning, maar het ging! Wandelend
ben ik ook mentaal wat sterker geworden.

Een gezonde geest gaat in een gezond lichaam. Wanneer iets me erg bezighoudt en bezet, maak ik een loopje. Niet om een loopje
te nemen met de waarheid van de kwestie of om het uit de weg te gaan. Maar om afstand te nemen. En te voet beter te kunnen zien
waarmee ik zit.
Dat gaat niet vanzelf. Tenminste niet bij mij.
Als de wandelpas en de omgeving niet meer afleiden, gaat de zaak eerst weer met mij op de loop, met mijn (gekwetste) ego. Dan komt
het erop aan te relativeren. (letterlijk: in relatie te brengen). Ik doe dat door me voor te
stellen dat Jezus bij mij loopt en vraagt 'waarover hebben jullie het onderweg gehad'.
Hem te zeggen wat er aan de hand is werkt beter dan steeds te beantwoorden aan wat mijn ego wil.
Waarmee je zit heeft vaak meer te maken met jezelf dan je denkt. Het is daarom goed jezelf regelmatig uit te laten.

Paul Daggenvoorde, pastoor

schelprkleur3