Afgelopen zondag ben ik niet naar de kerk geweest. Mijn taak in de Pancratiuskerk van de afgelopen weken zat erop. Ik zag deels de eucharistieviering op de televisie, maar dat was het voor mij niet. Ik kijk ernaar, maar ik maak er geen deel van uit. Ik ben op een kamer tussen ikonen en bij een brandende kaars het ochtendgebed voor de zondag uit het brevier gaan bidden. Daar vond ik rust en raakten de woorden van de psalmen mij. Dat is wat mij altijd zo bevalt in kloosters en wat we de laatste weken op zondag in de Pancratiuskerk beleefd hebben. De kleine vaste groep, die daar in besloten kring vierde. Op gepaste afstand, maar toch dicht bij elkaar rond het altaar. In een sobere liturgie. Het was eenvoudig, maar intens. Gebaren, stilte, woorden kwamen binnen, anders dan anders. Ik zou willen, dat we dit vast zouden kunnen houden en door zouden kunnen geven aan al die mensen, die voor en na weer onze kerken zullen bevolken. Gaan we ons weer druk maken om hoeveel mensen er komen; of alles wel goed op camera staat; om grootse koorzang; of de pastor alles wel volgens de regels doet; of komen we samen om te bidden; om God te zoeken; onszelf te vinden?

Komende zondag vieren we Sacramentsdag. Achter spatschermen, tussen pijlen en 1,5 meter-merktekens, met pincetten en lijsten van aanwezigen, zal het niet eenvoudig zijn je te laten meevoeren in het heilig spel, dat gespeeld wordt. Maar je kunt er wel deel van uitmaken. Je neemt jezelf mee. Je kunt proberen je open te stellen voor wat er gebeurt. Jezus zegt in het evangelie van zondag (Joh. 6, 51-58): ‘Wie mij eet, zal leven door mij’. Liturgie wil ons helpen het leven in onszelf te vinden door al wat er in de liturgie gebeurt; door het Woord, het brood, de wijn, heel de gemeenschap, door ons heen te laten gaan.’ Als je dat kunt, daar open voor staat, zul je de kerk anders uitgaan, dan je naar binnen bent gegaan. Ik wens u vrede en alle goeds!

cross