Samen met je zoon of dochter speuren naar hoe Gods Geest jullie kan inspireren…
En dan moet je ze loslaten…

En dan lijkt het opeens wel dat jouw zoon of dochter 11 jaar of ouder is geworden. Je hebt je kinderen al heel wat meegegeven voor het leven. Je hebt ze veiligheid willen geven, zelfvertrouwen. Je hebt ze geleerd voor zichzelf op te komen en respect te hebben voor anderen. Talenten zijn ontdekt. Steeds meer keuzes worden al door jouw zoon of dochter zelf gemaakt. En nu komt de overgang naar de middelbare school en de puberteit.

Bij heel die opvoeding heeft ook het geloof een rol gespeeld. Ooit begonnen met de doop was het soms heel intensief, soms wellicht verwaterd. Er waren tijden, dat je nauw bij de kerk betrokken was, maar er zijn misschien ook tijden geweest, dat je wat meer afstand genomen hebt.

Je weet dat je jouw zoon of dochter nu steeds meer los moet laten. Ook qua geloof. Dat kun je niet afdwingen. Je kunt het alleen maar voorleven, aanreiken en hopen dat je kind in de katholieke traditie verder wil gaan. Bij alle twijfel is die traditie met al haar verhalen, rituelen en idealen toch van waarde. Nu is het moment voor een laatste zetje in de goede richting. Samen met leeftijdgenoten kan jouw zoon of dochter nog eenmaal stevig worden ondergedompeld in wat katholieken ter harte gaat.

Vormen is ‘sterk maken’

Vormen komt van een oud-Hollands woord ‘vromen’. Dat betekent ‘sterk maken’. Juist nu je zoon of dochter op de drempel staat van toegroeien naar volwassenheid heeft het kracht nodig. Wie ben ik? Waar sta ik zelf voor? Loop ik achter anderen aan of vind ik mijn eigen weg; de weg die bij mij past? God wil daarbij helpen. Je kunt een beroep doen op zijn heilige Geest om wijsheid, om sterkte, om inzicht en verstand… Om die Geest bidden wij in de viering van het heilig Vormsel. De bisschop of een vertegenwoordiger van hem komt om kinderen de handen op te leggen en te zalven. Zoals de olie doordringt in de huid, zo dringt Gods heilige Geest door in ieder van ons. De bisschop drukt als het ware Gods zegel op ons voorhoofd. Hij laat daarmee zien, dat wij van God zijn en dat wij bij Hem horen. Voor kinderen is dit een mooie geloofservaring, die ze niet licht vergeten.

Voorbereiding op het ontvangen van het vormsel…

In mei of juni worden kinderen via scholen en via de media van de parochie benaderd om zich op te geven voor het project ‘Vormselkracht’. Dit project bereidt kinderen voor op het ontvangen van het heilig Vormsel. Ook niet-Katholieke kinderen en kinderen, die uiteindelijk niet gevormd zullen worden, kunnen meedoen. We vragen kinderen aan het einde van het project of zij al dan niet gevormd willen worden. Het programma loopt van september tot februari. Er worden ook elk jaar ouders gevraagd in de stuurgroep plaats te nemen. De werkgroepen van ouders worden begeleid door de pastor en de stuurgroep.

‘Vormselkracht’ is een eigentijds project vol actie, gericht op het zelf kiezen voor Jezus Christus en zijn missie. In zes bijeenkomsten met steeds vaker de ouders erbij ontdekken we via Bijbelverhalen, wie de heilige Geest is en wat Zij met mensen doet, welke kracht Zij geeft. We worden stil voor gebed. We zetten ons actief in voor anderen in verschillende stages. In een Taizé- of Thomas-viering laten we kinderen ervaren, dat vieren in de kerk ook anders kan. De ouders dragen zelf het project. Ouders en vormelingen speuren in een aantal bijeenkomsten samen naar de Geest. De parochie-catecheet helpt daarbij. Doorgaans wordt er in februari gevormd.

Financieel

Voor het meedoen aan het project ‘Vormselkracht’ wordt een eigen bijdrage van € 45,– gevraagd. Dit bedrag wordt op de Startavond voor ouders door de stuurgroep ‘Voorbereiding heilig Vormsel’ geïnd. Eventueel van tevoren via de bank.

Opgave

Kinderen van groep 8, brugklas en hoger kunnen via het opgaveformulier op onze website worden aangemeld. Ook niet-katholieke kinderen kunnen aan het project meedoen.
Lees "Aanmelding Vormselproject 2021" en de planning voor 2020/2021

Het geheim van ik
 
als ik ’s avonds
in de spiegel kijk
dan zie ik hoe ik
op mijn vader lijk

maar kijk ik ’s morgens
dan ben ik – da’s raar –
veel meer mijn moeder
dan lijk ik op haar 

van binnen heb ik
iets van allebei
toch zijn er ook
dingen alleen van mij 

soms ben ik zo anders
zomaar vanzelf
dat heb ik zeker
gewoon van mijzelf 

langzaam ga ik
naar een eigen stek
gaandeweg vind ik
mijn eigen plek 

en jij, mijn God,
als jij ergens bent
dan weet ik heel zeker
dat jij mij goed kent 

ik wil je iets vragen:
God, wie ben jij?
en waarom gloeit
die vraag in mij?