Hemelvaarthemelvaart

‘Terwijl zij Hem bij zijn hemelvaart gespannen nastaarden, stonden opeens twee mannen in witte gewaden bij hen die zeiden:
“Mannen van Galilea, wat staat gij naar de hemel te kijken? Deze Jezus die van U is weggenomen naar de hemel, zal op dezelfde wijze terugkeren als gij Hem naar de hemel hebt zien gaan”.´

Handelingen 1;10


Eén van de leukste aspecten van het pastoraat zijn de gesprekken met kinderen in de vele scholen die onze parochie rijk is.
Zo ook deze weken in de groepen vier waar de voorbe-reiding op de Eerste Heilige Commu-nie in volle gang is.
Uiteraard gaat het dan over Jezus die graag wil dat wij het op aarde met elkaar mooier en beter maken. Eén meisje van zeven verbeterde mij onlangs: ”Een beetje slecht(s) heid is ook nodig” zei ze, “anders weten we niet wat een goede wereld is, waar we aan moeten werken.” We waren er allemaal even stil van.
Het is als het licht dat alleen te waarderen is als je ook de donkerte kent.
Want soms gebeuren er dingen in de wereld of in je leven die zo ingrijpend zijn dat je er geen woorden voor kunt vinden. Je voelt je onmachtig en niet in staat te handelen. Op het moment dat ik dit schrijf zijn er in ons land doden te betreuren; niet door een terroristische daad waar veel mensen bang voor waren, maar door een jonge man op een gewone zaterdagmorgen.

In de media horen en lezen we verhalen van ooggetuigen.
Mensen zoeken steun en gehoor bij elkaar.
Zo moet het ook geweest zijn voor de apostelen die na de gruwelijke dood van Jezus ontredderd verder moesten.
Hij was hun leraar, hun raadgever en leidsman. Zij spraken over hem en af en toe leek het of hij er nog echt was en voelden zij zijn aanwezigheid. Zo hebben ze sterk het gevoel gehad dat hij niet helemaal weg was. Maar er kwam een moment dat zij zich realiseerden dat hij echt verdwenen was, en zij zonder zijn raadgevingen en commentaar verder moeten.

Mensen die een dierbare medemens verloren hebben vertellen vaak hetzelfde verhaal. Zij spreken over de warme belangstelling na het afscheid, de kaarten en bezoekjes die ze mochten ontvangen. De dierbare herinneringen die verteld worden. Er is veel te doen en te regelen. En dan komt het moment waarop dit afneemt en je alleen verder gaat. Zonder degene die commentaar levert en alles mee beleeft.
De joodse auteur Elie Wiesel schrijft daar na het sterven van zijn vriend het volgende over: "Daar kun je je schuldig aan voelen. Waarom mag jij doorleven? Maar die schuld legt een taak op je schouder. Voortaan zul jij de wereld bekijken, mede door de ogen van je gestorven vriend. De krant zul je lezen, de eerste aardbeien proeven, de sneeuwvlokken in december en de bloesem in april zien, mede door de ogen van die ene ander."
Een opdracht wordt hier gegeven niet naar de hemel te staren, maar op aarde aan de slag te gaan, handen envoeten te geven aan ons geloof, de wereld te zien en te waarderen, in de alledaagse dingen, de schoonheid van de natuur en de medemens.
“Wij hoeven de wereld niet te redden, die is al gered”, schreef pastor Kortstee een jaar geleden. Als we kunnen kijken met de ogen van kinderen, in al hun onbevangenheid, is daarvan een spoor te zien!

Pastor Ingrid Schraven