10_kerken_banner

Paaswake

Wanneer wij moeten gaan
langs de grenzen van het leven,
waar ziekte ons klein maakt,
onzeker en afhankelijk,
laat ons leven dan niet verlopen in angst.

Als leven pijnlijk wordt,
het broze lichaam vervalt;
laat er een omarming blijven
die ons draagt.

Laten er mensen zijn
die ons vasthouden;
doe zelf uw naam eer aan
en laat U vinden
als wij U zoeken.

Amen.

Sytze de Vries

 

Meditatie bij Paasavond

In het donker van de Paasnacht zoeken wij licht. Een klein beetje is al genoeg om het donker te verdrijven. Waar het licht naar binnen wordt gebracht, wijkt de duisternis. Het begint met één klein nietig vlammetje in een grote donkere kerk, één kaarsje en dan volgt de één na de ander. Eigenlijk ongelofelijk, hoe snel dat gaat en hoe de ene mens de ander aan kan steken, verlicht. De angst die je in het donker kunt voelen, het wachten op een uitslag, een operatie, houdt hij wel of niet van mij, zal dit geluk blijven duren, hoe lang nog, is er een uitweg, red ik mijn werk, mijn bedrijf? Van het ene op het andere moment breekt het licht door, wordt het helder in je hoofd, warm in je hart. Je gaat het redden! Je hebt het gered! Je bent gered! De steen die over je leven lag, wordt weggerold. Engelen helpen jou verder. Een nieuw leven ontwaakt. Je krijgt er weer zin in. Als bij donderslag. Ongelofelijk Pasen!

Pastoraal werker Frank de Heus
cross

Goede Vrijdag

Voor iemand die (te) jong gaat sterven

Te vroeg
en als verraad
dient de dood zich aan.

De strijd
ben ik moe,
het leven
was en is mij lief.

Sta mij bij
nu ik alles
moet loslaten
en gedenk hen
die rouwen
over mij.

Bewaar mijn tranen.
Berg mijn levensadem.
Laat mij niet
vallen in het niets.
Bevestig mijn bestaan.

Klaas Holwerda

Meditatie bij Goede Vrijdag

Mensen die met een boog om je heen lopen. Iemand in huis halen en dan bedenken met wie hij of zij allemaal contact zou kunnen hebben gehad. Anderhalve meter afstand houden. Horen van duizenden – als we niets zouden doen – zelf miljoenen die zouden kunnen sterven. De stervende die sterft in plastic. Zwaaiende gezinnen. Opa en oma achter het glas. Aanraken en weten dat je daarmee een grens overgaat. Wikken en wegen. Is het verstandig? Is het menselijk? Wat is het grotere goed?

Goede Vrijdag wordt dit jaar gevierd in een wereld gegrepen door angst. We zijn niet zo onkwetsbaar en onafhankelijk als wij dachten. Niemand en niets staat op zichzelf, bestaat op zichzelf. Wij zijn allen deel van het grotere geheel. Wij zijn groot en klein tegelijk. Groot in wie je bent. Klein in dat grote heelal met duizenden gevaren. Groot in hoe wij elkaar in deze tijd bijstaan, elkaar niet vergeten, elkaar steunen, beschermen, beter maken.

Het ‘waarom’ van al dat lijden, al die angst? Ach, we weten het niet en zullen het ook nooit weten. Heeft God er een bedoeling mee? Neen. Het is wat het is. Moeten wij boos worden op God? Wie zijn wij om God terecht te wijzen? Alles heeft zijn tijd. We kunnen er maar beter net als Job het zwijgen toedoen en dankbaar zijn voor alle goede dingen, die ons (door mensen) zomaar gegeven zijn, en met elkaar stil zijn en huilen en het niet weten, als het kwaad ons treft.

Ik steek een kaarsje op voor jou.

Pastoraal werker Frank de Heus

cross

Witte Donderdag

Heer, zegen deze maaltijd
die wij in dankbaarheid
ontvangen.
Zegen de handen
die goed werk doen
en de vrede opbouwen.
Zegen de harten van de mensen
die gastvrij zijn
en warmte verspreiden.
Zegen ons
dat onze vriendschap
mag groeien
en wij in vrede
met elkaar mogen leven.

Jos Zwetsloot

Meditatie bij Witte Donderdag

Terwijl ze aten, nam hij een brood, sprak het zegengebed uit, ​brak het brood, deelde het uit en zei: ‘Neem hiervan, dit is mijn lichaam’ (Marcus 14, 22).

Hij nam

sprak

brak

deelde

Nemen. Alles pakken wat je kan. Is dat leven? Wij zijn verwend in onze tijd. We worden op onze wenken bediend. Veel is mogelijk, bereikbaar. Zo lijkt het. Want dat geldt natuurlijk niet voor de meeste mensen. Die moeten worstelen om het hoofd boven water te houden. En wanneer is het genoeg? Het is nooit genoeg. Is het leven niet veeleer ontvangen? Kinderen kunnen dat doordenken. Het brood haal ik bij de bakker. De bakker krijgt het meel van de molenaar. De molenaar maalt het graan van de boer. De boer ontvangt het graan van de aarde, de zon, de regen. De aarde, de zon, de regen komen bij God vandaan.

Spreken. De juiste woorden spreken. De goede woorden spreken. Dat is wat Jezus deed. Woorden die bevrijden, opbouwen, sterk maken, een fundament leggen onder jouw bestaan. Dat zijn woorden die doen leven! Mensen leven ervan op!

Breken. Jezus werd gebroken, zoals hij het brood brak. Hij leefde niet voor zichzelf. De ander was hem lief, zo lief, dat hij door zijn eigen angst durfde gaan om de ander van dienst te zijn, te redden als het moest. Dat moet je maar kunnen. Wat goed dat er telkens opnieuw zulke mensen opstaan! Zij houden de hoop levend, dat eens, ooit…

Delen. Alle leven begint met delen. Wij danken ons bestaan eraan; kleine cellen die zich delen, worden een wonder van God: de mens! Wij zijn geschapen naar zijn beeltenis toe. Wij zijn er nog niet. We hebben het in ons het te worden: een menselijke mens, zoals Jezus was. Wie mij ziet, ziet de Vader.

cross

'Niemand is er ooit van teruggekeerd’, zeggen ze. ‘We weten het niet’, zeggen ze. ‘Ach, opium voor het volk’, zeggen ze. Maar wat zeg je zelf? In deze onrustige tijden? Is dit het dan? Een wereld met mensen in angst? Opgesloten in hun huizen. Schichtig langs elkaar heen lopend. Afstand houdend. Is dat wat wij willen? Waar wij naar verlangen? Neen, natuurlijk niet! We willen vrij, onbekommerd leven. We missen het samen optrekken, bij elkaar zijn, elkaar omarmen, je ‘gewoon’ veilig voelen. Maar zo ‘gewoon’ is dat dus niet. Wij mensen zijn vaak gefocused op alles wat fout gaat en wat goed gaat nemen we voor lief. Maar feitelijk leven we in een angstaanjagend vijandige wereld. Slechts een dun laagje atmosfeer beschermt ons tegen de grote leegte die ons omringt. Een foutje in de celdeling met verschrikkelijke gevolgen is zo gemaakt; een virus zo binnengedrongen. Wat een wonder eigenlijk, dat wij leven! Dat zoveel, zo vaak, zo goed gaat! Dat er te midden van zoveel ziekte, angst, geweld, ook zoveel lieve medemenselijkheid is! En je vindt het bij jouw tuinman, de man die het vuilnis ophaalt, de drogist en de apotheker, de verpleegkundige en de arts aan je bed, de buurvrouw met wie je ontzettend kunt lachen, de leerling op school die onverwacht uit de hoek komt. Ik vermoed Gods aanwezigheid in al die goede mensen, in de schoonheid van natuur en muziek, in de ware woorden die soms gesproken worden en de wereld in een nieuw daglicht zetten. God draagt ons, wiegt ons, zoogt ons en als ons leven dan ten einde loopt en we gaan die grens over… dan is Hij er.
Zalig Pasen!

cross

De kern van alle dingen

De kern van alle dingen

is stil en eindeloos.

Alleen de dingen zingen.

Ons lied is kort en broos.

En donker zingt mijn bloed,

van heimwee zwaar doorwogen.

Ik zeil langs regenbogen

Gods stilte tegemoet.

Felix Timmermans

 

Marc Chagall: Intocht in Jeruzalem

Palmzondag

Palmzondag. We hadden ons er zo op verheugd. Samen met kinderen, hun ouders, grootouders Palmpaasstokken maken. Verleden jaar genoot ik van de creativiteit van de kinderen en hun ouders. Van het elkaar helpen; op ideeën brengen. En dat alles op grond van dat verhaal van Jezus van Nazareth, die als Messias wordt binnengehaald en toegezongen met oude Psalmen. Vreugde en verdriet liggen vaak dicht bij elkaar. Vriendschappelijke toewijding en verraad ook. Niets is ons mensen vreemd. Hoe sterk staan wij in onze schoenen? Zijn wij als het zaad, dat op rotsen valt? Langs de weg? Verstikt door het onkruid om ons heen? Of zijn wij als de goede aarde? Bieden wij bescherming aan wat ons wordt toevertrouwd? Koesteren en beschermen wij het? Mag onze medemens zich bij ons veilig weten? Ook als wij kritiek hebben, anders zijn, anders zien?

De weg die Jezus gaat wordt een eenzame weg. Hoe meer hij op een schild wordt gehesen, hoe dieper de val. Ach was het nog maar als vroeger, thuis. Maar vroeger is voorbij. Hij moet verder in het nu. En het nu zal zich tegen hem keren. Als een misdadiger wordt hij bij het oud vuil gezet. Aan de randen van de stad. Zoals wij doen met onze idealen, onze medemenselijkheid, als de angst regeert en wij ons eigen vege lijf proberen te redden. Maar zo was hij niet. Hij was stilte, ruimte, een hart groot genoeg voor ons allemaal…

Pastoraal werker Frank de Heus
cross

Ga naar boven