10_kerken_banner

Het is het jaar 1223. Franciscus van Assisi bevindt zich in Creccio, Italië, en vraagt zich af, hoe hij het Kerstverhaal met dat arme, behoeftige kindje Jezus, voor de arme en eenvoudige mensen in die regio open kan leggen. Franciscus bedenkt zich de eerste levende Kerststal. En dat spreekt aan! Het fenomeen ging de hele wereld over, maar werd ook al snel geannexeerd en geperverteerd door bijvoorbeeld de rijke elite in Napels, die in hun huizen grote en rijk aangeklede kerststallen plaatsten. Franciscus zou ervan gegruwd hebben. Franciscus zag in die letterlijk arme Jezus namelijk een inspirerend voorbeeld van hoe wij alles in ons leven in God’s handen kunnen leggen. Franciscus leerde van Jezus de kunst van het loslaten. En ik geloof, dat wij ons de afgelopen maanden in die kunst hebben kunnen of moeten oefenen. Noodgedwongen weliswaar. De vanzelfsprekende omgang met elkaar was er niet meer. Fysiek contact werd afgeraden. De gang over de grens voor vakanties was ‘not done’. Sommigen verloren familieleden, vrienden of bekenden aan het virus. Afstand kwam in plaats van nabijheid. Scholen gingen soms geheel, tijdelijk of half dicht. Je zag je collega’s van werk niet meer. Jong en oud voelde zich beperkt. Dat was de negatieve kant van het loslaten.

Toch was dat loslaten niet alleen maar negatief. We hebben de illusie moeten loslaten, dat we alles in de hand hebben; dat we alles vooruit kunnen vastleggen, zeker stellen, controleren. We hebben moeten leren leven bij de dag. We werden ons wellicht meer dan ooit bewust van onze verantwoordelijkheid voor onze medemens; dat onze vrijheid grenzen heeft, waar die de ander tekort doet of in gevaar brengt; hoe belangrijk het gewone menselijke contact is. We kregen meer tijd voor ons gezin, voor vader of moeder. We realiseren ons en waardeerden meer dan ooit het belang van school, van goede zorg, van een overheid die de solidariteit tussen mensen organiseert. Kleine tekenen van aandacht werden zeer op prijs gesteld. Het is de afgelopen maanden over onze menselijkheid gegaan. Willen wij zorg hebben voor kwetsbare medemensen, voor ondernemers die in het nauw zijn gekomen, voor werknemers die hun baan verliezen, voor mensen die allen komen te staan? Er is naast incidenten enorm veel steun gegeven en ook veel solidariteit geweest. Zal dat alles straks weer ondersneeuwen, als alles weer normaal wordt? Of kunnen we dat vasthouden?

Kerstmis is het feest van de menswording van God; van een nieuw begin; van vernieuwing. Woorden die hol kunnen klinken, maar die ook inhoud en waarde kunnen hebben, als wij ze inhoud en waarde geven. Ik hoop dat deze Kerst 2020 voor u, voor jou, een nieuw begin markeert. Dat we een ontwrichtend jaar achter ons laten en met hoop het nieuwe jaar binnen gaan. Ik wens u, jou, een zalig Kerstfeest en een gelukkig nieuwjaar!

Pastoraal werker Frank de Heus

Buiten is de nazomer nu echt over. De winterjas hangt aan de kapstok. De verwarming in huis brandt zacht. HERFST. En wie herfst zegt, denkt in onze geloofstraditie ook aan Allerzielen. Of nog beter: Allerheiligen; het feest waar we kunnen denken aan al degenen die ons zijn voorgegaan. De grote heiligen uit de verre tijden; en mijn eigen kleine heiligen: de mensen in mijn hart, die daar blijven wonen zolang ik zelf leef.
Misschien meer dan ooit, meer dan andere jaren hebt u behoefte om daar bij stil te staan. Dit jaar is zo veel anders geworden, anders aan te voelen, anders te beleven. Als dingen veranderen wil je juist terug naar wat vast staat, wat vertrouwd was.
Een kaars aan steken, een herdenkingskruisje vanuit de kerk mee nemen naar huis. Een bloem bij de foto op de kast. Allemaal bronnen van herinneringen. Van allerlei gevoelens. Van dankbaarheid vermengd met weemoed. Even stil vallen… alleen, maar juist ook samen met anderen. Lotgenoten, familie, vrienden, medeparochianen.
We gaan herdenken; maar anders dan voorheen. De herinneringen mogen blijven; onze tegenstrijdige gevoelens mogen er zijn. Thuis, in de kerk, op het kerkhof, bij het crematorium: overal branden er lichtjes als ondersteuning van ons gebed. Als teken van liefde tegen alle duister in. Mogen we dankbaar gedenken degenen die voor ons van eeuwigheidswaarde zijn. En mogen we daarin ons met elkaar verbonden voelen. De Trooster en Helper, de H.Geest zal ons daarin begeleiden.

Overweging door pastoraal werker Carla Berbée

cross

 

In mijn studietijd voor theologie had ik een docent, die elk college begon met een kort gebed: ‘Vader in de hemel, geef ons koele hoofden en warme harten om te zijn bij de dingen van Uw Koninkrijk. Amen.’ Dat was kort en krachtig. Ik bid het zelf nog regelmatig en hoor dat mijn collega Paul Daggenvoorde bij bijeenkomsten ook af en toe doen. We zaten in dezelfde collegebanken. Maar hoe zeer hebben we dat koele hoofd en dat warme hart in deze tijd nodig! In mijn privésfeer wordt momenteel de ene na de andere afspraak afgezegd. De één heeft Corona. De ander snottert en heeft koorts. Een familiebijeenkomst is te groot. Dat kan echt niet in deze tijd. Dat koele hoofd heb ik nu hard nodig! Steeds moet ik tegen mijzelf zeggen: ‘Het glas is niet half leeg, maar half vol’. Blijf de mooie dingen zien. Want dat is de enige manier. Ik kan wel zitten treuren om alles wat niet doorgaat, maar wat heb ik daaraan? En dus richt ik mij telkens weer op alles wat wel doorgaat. En ik moet zeggen: ‘Dat is nog heel wat’. De afgelopen week zijn we begonnen met de Vormselvoorbereiding. We zaten met zeventig man, ouders en kinderen, voor een Startavond in de Sint Janskerk in Enschede Zuid. Ik vind het mooi dat zoveel kinderen en ouders toch weer meedoen. Kinderen in de groepen 4 die ik vanwege de aanmelding voor de Eerste Communie bezoek zijn altijd enthousiast en zitten vol vragen. Ik ontmoet mensen met mooie verhalen. Met parochianen ontdekken we het getijdengebed. Dat doet wat met mensen! En ook al zingen we niet, iedereen kan meedoen. Wandelen in de natuur blijft prachtig. Er is tijd om een boek te lezen. Ik wens ook u een koel hoofd en een warm hart toe. Vrede en alle goeds!

pastoraal werker Frank de Heus

cross

Wat ons te doen staat, en dát het te doen is.

Daarover gaat het in het christendom.

Dienst aan God hoort niet bij woorden te blijven.

Het moet gedaan.

Dat hebben we van het Jodendom.

Als leer zijn Jodendom en christendom doe-godsdiensten.

Want God doet van alles, voor ons. Zo wordt verteld.

En als antwoord op wat we over God horen, zal ook de mens van alles doen.

Maar wat precies? Waar, wanneer wie wel, en wie niet?

De geboden van Mozes zijn met verloop van tijd

tot een ingewikkeld geheel geworden.

Misschien omdat het leven zelf gecompliceerd is.

Onder Schriftgeleerden is daarom steeds de vraag:

 'Wat lees jij in de Wet. En hoe leg jij die uit?"

Ook Jezus wordt uitgedaagd om te zeggen hoe hij de Wet van Mozes begrijpt.

Ze vragen dan niet naar theorie. Maar naar de praktijk.

Wat zegt Jezus, dat wij volgens Mozes moeten doen?

Allereerst: Hoor Israël! Horen is het oer-gebod.

Echt luisteren gaat aan alles vooraf.

Een kunst op zich!

En vervolgens is het eerste en allerbelangrijkste om te doen,

dat je met heel je persoon en al je mogelijkheden God liefhebt.

En dat je andere mensen liefhebt zoals jezelf.

Lief-hebben: met liefde bij je hebben.

Niet wegzetten uit angst of onverschilligheid.

Bij je houden; soms moedig er bij uithouden.

Want elke ander doet er toe, net als jijzelf.

Niet alleen in theorie, maar juist ook in praktijk!


Paul Daggenvoorde, pastoor
cross

‘Wat denkt u van het volgende? Iemand had twee zonen. Hij zei tegen de een: ‘Jongen, ga vandaag in de wijngaard aan het werk.’ De zoon antwoordde: ‘Ik wil niet,’ maar later bedacht hij zich en ging alsnog. Tegen de ander zei de man precies hetzelfde. Die antwoordde: ‘Ja, vader,’ maar ging niet. Wie van de twee heeft nu de wil van zijn vader gedaan?’ Beste lezer, dit is niet mijn verhaal. Jezus vertelde het ooit, lang geleden. Toch is het verhaal nog steeds relevant. Ik zou mogen hopen, dat jongeren, die momenteel de belangrijkste bron van besmetting vormen, op die eerste zoon lijken. Er wordt nogal wat verlangd van jongeren. Ga je net studeren, wil je nieuwe mensen leren kennen, thuis raken in een nieuwe stad, ben je in de bloei van je leven en wil je lekker feesten, en dan wordt dat alles aan banden gelegd! Dat is niet leuk! Toch moet het! Want de gevolgen zijn groot. Je wilt niet dat ouderen en kwetsbare mensen geraakt worden als in het voorjaar. Moet de boel op slot, dan gaan bedrijven failliet en verliezen nog meer mensen hun werk. Als iets duidelijk wordt in deze tijd, dan is het wel, dat we allemaal afhankelijk zijn van elkaar. Wat je doet of niet doet, heeft gevolgen voor anderen. In ‘ouderwets’ christelijke zin worden er nu offers gevraagd. Van ieder van ons wordt zelfbeheersing en discipline gevraagd omwille van het grotere goed, de gezondheid en het welzijn van allen. Hoe meer ieder zijn of haar best doet, hoe sneller we uit de crisis komen. Ook al heb je dus eerder gezegd: ‘Ik wil niet’, misschien bedenk jij je nog?

pastoraal werker Frank de Heus

cross

Ga naar boven