10_kerken_banner

Mijn vrede laat ik bij jullie achter.... niet zoals de wereld die geeft

Mijn moeder zei vaak: "Vrede is een werkwoord" en daar gaf ze dan een vette knipoog bij, al bedoelde ze dat serieus. Taalkundig klopt daar geen hout van, maar inhoudelijk...!? Want vrede komt niet zomaar aangewaaid en is ook geen abstracte constŕuctie. De oorlog in de Oekraïne geeft ons deze maanden het besef dat vrede niet vanzelfsprekend is. Maar ook als er geen wapengekletter klinkt, betekent dat nog geen vrede. Boze buren leven nog niet in vrede met elkaar. Door onderhandelingen en afspraken kan geweld bïnnen de perken blijven. Maar echte vrede..???

Heb je de wil om een ander te aanvaarden? Kun je een ander vergeven of blijf je kniezen? Kun je ruimte laten voor iets anders dan jouw normen of wensen?

Dat vraagt oefenen, uitproberen met vallen en opstaan. Met geven, grenzen stellen en nemen. Eigenlijk is het nooit af.
Het begint heel dichtbij: thuis in je relatie, in je gezin, op school, op het werk, en ook binnen de kerk: onze eigen geloofsgemeenschap, met andere geloven. Staat ons eigen belang voorop? Gaat het om regels of om het hart, de Geest die lang geen zekerheid biedt. Succes is niet gegarandeerd, helaas. Toch: als we niet blijven oefenen en elkaar daarin aanmoedigen, is er weinig leven over. Kun je eigenlijk niet meer spreken van ‘geloof’. Eraan blijven werken, er zit niets anders op. Sámen werken aan vrede.

door Carla Berbée, pastoraal werker

cross

De tijd na Pasen is meer dan anders een tijd van gebed.
Om de Geest; dat het opnieuw zal waaien en werken vanuit de kerken.

Iemand merkte eens op dat 80 procent van het leven bestaat uit gewoon komen opdagen.
Zo is het ook met gebed, las ik bij een ander.
Dat is vooral gewoon komen opdagen, voor God. En God, God laten zijn.
Als we zijn aanwezigheid voelen: geweldig. Zo niet: ook goed!
God is toch wel aan het werk met ons.
Immers God heeft de tijd, ziet beslist altijd kans, en zál die uitwerken.

Over opdagen gesproken:
In deze brief leest u over medeparochianen die heel trouw, vrijwillig komen opdagen. Ze werken eraan dat wij samen parochie zijn; Dat bestuur en beheer worden gedaan. Dat vieringen worden verzorgd en uitgezonden. Dat mensen worden getroost en geholpen.
Dat verdient een lintje. Al kan niet iedereen er een ontvangen.
Als onze inzet ongezien bleef, bedenk dan: God ziet en werkt in het verborgene.

We zoeken mensen dus. Bid mee, doe mee!
Of maak iemand van bestuur, secretariaat of pastoresteam bekend met namen van wie jij denkt
dat die misschien wel ergens voor gevraagd kunnen worden.
Dat hoef je dan niet zelf te doen; wij doen het graag.

Pastoor Daggenvoorde 

We zien elkaar ook deze Pasen nauwelijks live. Online zullen we Maria Magdalena horen zeggen: “Ik heb de Heer gezien”. Uit beeld gestuurd, de dood in gejaagd, en weggelegd achter een steen in een graf, is Jezus kennelijk toch ‘te zíen’.

Maria Magdalena kon er niet mee leven dat Jezus was vermoord. Dat degene aan wie zij haar leven had te danken in de dood was. In het duister van de vroege morgen was ze naar het graf gekomen. Verblind door verdriet. Om te zoeken en te rouwen. Zo doet een mens die ‘het’ niet kan vinden, die ‘het’ niet meer ziet zitten.

Maar zijn graf bleek leeg!

Dat Jezus in ons leven de weg kent, wist Maria. Dat Hij het sterven niet uit de weg was gegaan, wist ze ook. Maar dat Hij uit deze dood de weg wist, dat zag ze nu niet aankomen. Het graf is leeg. En laat zien dat Jezus die zichzelf de Weg noemt, ook de uitweg is, de exodus, de uittocht. Waar ‘m dat in zit? In de opstanding.

De vreugde van ons paasgeloof is niet dat alleen dat Jezus leeft. Laat staan dat Hij alleen leeft. De diepte van de paasvreugde is dat Jezus is opgestaan om met óns te zijn. Zodat wij leven. Maria Magdalena heeft dát gezien. Toen Jezus haar als de tuinman tegemoet kwam. In haar verdriet over zijn sterven beleefde ze opnieuw wat ze met Jezus in haar leven eerder al had ervaren: dat wie zich toevertrouwt aan Hem, zélf opnieuw leeft. En mét Hem het lef en de kracht heeft om opstandig te zijn.

‘Gezien de Heer’ zullen ook wij niet bang zijn om onszelf te geven, anderen te vergeven, en op te staan tegen armoede en ongelijke kansen. We zullen ons verheugen over leven waarin wordt gedeeld en gezorgd. Opgestaan, was Jezus naar Maria Magdalena gegaan. En toen Hij haar bij haar naam noemde, wist ze dat het de Heer was. En wij? Laten ook wij ons door Hem aanspreken? En zullen ook wij, gezien de Heer, inzien wat leven is, en welke uitgang de ingang is naar dat leven?

We gáan het zien, dankzij de opstanding van Christus.

Paul Daggenvoorde, pastoor

Komend weekend wordt er gebeden om roepingen tot de verschillende kerkelijke ambten. En om roepingen tot het bijzondere religieuze leven; dat mensen het willen wagen monnik of zuster te worden, dat jongeren priester, diaken of pastoraalwerker willen worden, én dat veel gelovigen naast allerlei andere levensinvulling ook als vrijwilliger in de kerk komen werken.

‘Roepingenzondag’ heet deze jaarlijkse gebedsdag.
Dat we van roeping spreken
heeft te maken met ons mens- en Godsbeeld.
Volgens de joods christelijke opvatting schept God orde
door te spreken: “Er zij licht”…..
‘en er was licht’, zegt ons scheppingsverhaal.
Alles is door God in het bestaan geroépen.

Overeenkomstig dit Godsbeeld is ook het joods-christelijk mensbeeld;
dat wij in wezen ántwoordelijk zijn;
niet alleen ver-antwoordelijk in morele zin,
maar állereerst ántwoordelijk
geschapen om gehoor te geven aan Gods oproep er te zijn; ?
in zijn naam:  Ik-Ben-Er,  tevoorschijn en aan het licht te komen;
méns te wórden.

Voor een mens
is te zijn geboren ónvoldoende om in het bestaan tot leven te komen;
Een méns moet lévenskeuzes maken.
Hoe hachelijk en spannend ook, tenminste dat was het voor mij.

Van jongs af werd ik flink geboeid door wat er in onze parochiekerk,
en ook in het Zwolse dominicanenklooster werd gelezen, bepreekt en bezongen.
En bij al wat me zo aansprak, heb ik behalve de sterke aanwezigheid van God,
altijd ook een akelige onrust in mezelf ervaren.
Wat ik er toch mee moest, dát het me allemaal zo aangesprak?
Zal ik priester worden?

Met die vraag bladerde ik als dertienjarige door de ‘Nieuwe katechismus’.
Uitgegaan van de Nederlandse bisschoppenconferentie in 1966, en wereldwijd vertaald, stond die gewoon bij ons thuis in de kast.
Verbaasd was ik en opgelaten, dat er een paragraaf gewijd bleek aan ‘priesterroeping’ En dat daar opmerkelijk verhelderend staat dat als de gedachte aan priester worden vreugde en vrede oproept er alle reden is aan te nemen dat Gód roept, omdat God geen god van verwarring is.
En dat de onderscheiding van wat echt diepe vrede en vreugde geeft
het kompas is.

Roepingenzondag roept op te bidden dat mensen moedig gehoor geven aan Gods oproep om in woord en daad, integer en persoonlijk te beantwoorden aan het leven van Jezus, in en voor onze parochies.  In en voor de samenleving. Zie ook: https://www.rkkerk.nl/geloof/geroepen/ 

Gezegend Hij die komt in de naam de Heer. Aan het begin van de Goede Week staan we hierbij stil. Stil worden, stil staan bij dat grote geheim van een diepe gegeven Liefde. Bejubeld, uitgeroepen tot Koning, tot Held van velen. Men zag in Hem een bevrijder. Een begin van een triomftocht die niet begrepen werd. Hij alleen wist wat er gebeuren ging. Hij alleen wist dat Hij tot het uiterste moest gaan, door lijden en dood heen tot heil van velen. Eigenlijk kunnen we Palmzondag ook wel het begin noemen van een Stille Week, omdat in het goede dat ons gegeven wordt, wij stil mogen worden. Stil vervuld van dat grote geheim dat Jezus doet toekomen. Dit ben ik voor jullie gebroken en dienstbaar. Door lijden en dood heen. Nieuw Leven, toekomst, een en al Liefde. Daar mogen wij bij stil staan in deze Goede Week, te beginnen met Palmzondag. Wij mogen ons gedragen weten in Hem en door Hem en met Hem die bejubeld werd, gebroken door lijden en dood heen ons TOEKOMST, NIEUW LEVEN, gaf en geeft. Ik wens u, jullie, ons allen een Goede, Stille, Heilige Week toe.

Pastor Willy Rekveld, parochievicaris.

Subcategorieën

Ga naar boven